Men doet wat men doet: Over psychiatrie en vervreemdend geweld

Lange tijd werd verwezen naar mensen met een psychiatrische problematiek als gealiëneerden, vervreemden. De psychisch getroebleerde mens is bij uitstek een vervreemde mens: ingesloten, afgesloten, uitgesloten. Deze bijdrage verkent de manier waarop het psychiatrisch instituut – niet zozeer als concrete plaats, maar als abstracte locus van een menen-te-weten – die mens in zijn vreemdheid affirmeert en versterkt. In het bijzonder worden drie vervreemdingsprocessen geschetst, die niet alleen worden begrepen als vormen van onzichtbaar, ‘alledaags’ geweld, maar ook als potentiële voedingsbodem voor manifeste gewelddadige uitbarstingen. Het gaat respectievelijk om de hyperbolische fenomenalisering van het psychiatrisch subject, de uitbesteding van het psychisch lijden aan het biologisch lichaam [Körper], en de manier waarop het psychiatrisch landschap zich organiseert rond een allogene (economische) finaliteit. Het zijn gekende thema’s, die in deze paper worden belicht vanuit hun intrapsychische effecten. De schets nodigt uit tot een duiding van schijnbaar zinloos geweld als een vorm van opstand tegen de gewelddadigheid waarmee (1) het subject van zichzelf, en (2) de ‘goed geordende’ psychiatrie van haar finaliteit wordt vervreemd: het geduldige onthaal van de psychisch ontregelde mens.

Werken in een poel van angst en onmacht. Naar een herstel van de hulpverlener.

Psychiatrie wordt gekenmerkt door veel dwang en de herstelbeweging krijgt weinig vaste grond in de dagelijkse praktijken. In dit artikel probeert de auteur te begrijpen waarom. Hulpverleners geven aan dat ze angst en onmacht ervaren in confrontatie met psychisch lijden en dwang. Vanuit een lacaniaanse invalshoek kunnen we angst begrijpen als een signaal van het reële. Omdat psychiatrie werkt met hetgeen weerstand biedt tegen de heersende vertogen, zal het reële daar buitensporig aanwezig zijn. Psychiatrie wordt verwacht om het reële te genezen, dit geeft hulpverleners een macht die soms overweldigend en beangstigend kan zijn. De structurele onmogelijkheid om het reële te genezen zorgt bovendien voor onmacht. Manifestaties van het reële van patiënten komen in de overdracht en dat zorgt voor een confrontatie met het eigen reële. Daarom is er een structurele psychiatrische doodsdrift die altijd in het werk aanwezig is. Doorgedreven professionalisering, dwang en uitsluiting zijn manieren om die doodsdrift te ontkennen en te versluieren. Psychiatrie zou een discipline moeten zijn die nadenkt over het reële en probeert te conceptualiseren, in plaats van weg te moffelen. Om dit te doen, hebben we een herstel van de hulpverlener nodig.

Des frontières pour se rencontrer. Quelques réflexions autour de la psychothérapie institutionnelle

De nos jours en psychiatrie, la liberté de circulation, à savoir le préalable à toute entreprise thérapeutique, est remplacée par les frontières qui sont celles du renfermement et du cloisonnement. À cause de l’actuel engloutissement de la psychiatrie dans la santé mentale, dans la médecine déshumanisée et comptable, les frontières ne remplissent plus leurs fonctions de délimitation et de passage. L’auteur explore les frontières spatiales (image du corps, transfert dissocié, “situèmes”, constellation transférentielle) et les frontières temporelles (rites de passage, rythme de base de la vie, enveloppes proto-narratives) pour indiquer comment celles-ci peuvent redevenir des membranes, des lieux de potentialités. Nous assistons aujourd’hui à la chronique d’une mort annoncée de la psychiatrie! On approche du moment où il sera impossible de pratiquer décemment, humainement, la discipline noble et complexe qu’est la psychiatrie. L’éthique médicale bafouée, l’heure est donc à la résistance.

Download full text