Psychiatrie wordt gekenmerkt door veel dwang en de herstelbeweging krijgt weinig vaste grond in de dagelijkse praktijken. In dit artikel probeert de auteur te begrijpen waarom. Hulpverleners geven aan dat ze angst en onmacht ervaren in confrontatie met psychisch lijden en dwang. Vanuit een lacaniaanse invalshoek kunnen we angst begrijpen als een signaal van het reële. Omdat psychiatrie werkt met hetgeen weerstand biedt tegen de heersende vertogen, zal het reële daar buitensporig aanwezig zijn. Psychiatrie wordt verwacht om het reële te genezen, dit geeft hulpverleners een macht die soms overweldigend en beangstigend kan zijn. De structurele onmogelijkheid om het reële te genezen zorgt bovendien voor onmacht. Manifestaties van het reële van patiënten komen in de overdracht en dat zorgt voor een confrontatie met het eigen reële. Daarom is er een structurele psychiatrische doodsdrift die altijd in het werk aanwezig is. Doorgedreven professionalisering, dwang en uitsluiting zijn manieren om die doodsdrift te ontkennen en te versluieren. Psychiatrie zou een discipline moeten zijn die nadenkt over het reële en probeert te conceptualiseren, in plaats van weg te moffelen. Om dit te doen, hebben we een herstel van de hulpverlener nodig.