by Linda de Zitter, Emma Brijs & Evi Verbeke | Vol 44 (1) 2026
Samenvatting: Wie zich waagt aan dit verslag, dient een heus talenspel te trotseren, maar zal rijkelijk beloond worden met een vitaliserende polyfonie aan wijsheden over het klinisch werk. De hamvraag: wanneer kunnen we iets een atelier noemen? In dit interview (25 april 2025) ontvouwt Linda de Zitter hoe atelierwerking op L’Adamant begrepen kan worden: als een oneindige, nooit voltooide, permanente praxis die het reële, symbolische en imaginaire verbindt. Centraal staat de ambiance: een atmosfeer die ruimte schept voor ontmoeting en voor een faire avec l’autre. De ateliers worden zo lieux d’adresse: kleine scènes die betekenis genereren, waar chroniciteit niet wordt uitgewist maar leven wordt ingeblazen, waar vrijheid is, maar geen laisser-faire. Tegenover de rigiditeit van protocollen verschijnt zo een instelling met een eigen stijl, waarin patiënten en begeleiders in het dagelijks leven samen verantwoordelijkheid dragen en telkens opnieuw vorm proberen te geven aan wat men is. Het interview toont hoe psychiatrie, wanneer ze zorg draagt voor haar ambiance, vitaliserend en emanciperend kan werken: een werk van voortdurende désaliénation dat getuigt van een levende en telkens weer uit te vinden
instelling.
by Jana Leers | Vol 44 (1) 2026
Samenvatting: In onderstaand artikel geeft de auteur een neerslag van haar werk als begeleidster in een residentiële voorziening binnen de jeugdhulp. Er wordt als inleiding kort toegelicht waarom er in de voorziening wordt geopteerd om in te zetten op een atelierwerking. Daarna worden twee klinische vignetten besproken. In beide gevallen worden de kinderen geconfronteerd met angst en overspoeling, elk op een singuliere manier. Er wordt eerst kort geschetst hoe de twee kinderen zich bewegen in de leefgroep. Vervolgens wordt er dieper ingegaan op de ontmoetingen in de verschillende ateliers waaraan ze deelnemen. In die ateliers worden ankerpunten gevonden om de overspoeling te beperken voor zowel de begeleiding als voor de kinderen. De auteur stelt dat het mede dankzij de atelierwerking is dat deze ankerpunten werden gevonden.
by Emma Acke | Vol 44 (1) 2026
Samenvatting: Is een atelier louter entertainment, een dagbesteding of wordt er een werk gedaan voorbij ‘bezigheidstherapie’? Of, zoals onze jongeren het soms vragen: wat is daar nu therapeutisch aan? Welk werk wordt daar dan verzet? Het zijn vragen die onze jongeren, hun context en ons team bezighouden. Doorheen dit artikel worstel ik me door vragen over de (on)zin van een atelierwerking en tracht ik enkele functies van een atelierwerking te formuleren: het uitvinden van een eigen project, het opbouwen van en manoeuvreren binnen de sociale band, het opbouwen van een barrière tegen een destructie. Gezien het allemaal zoveel makkelijker geschreven is dan gedaan – en ik daar dagelijks tegenaan bots – sluit ik af met het relaas van een muziekatelier, een atelier waarin vooral geploeterd wordt.
by Witold van Ratingen, Eli Noë & Mileen Janssens | Vol 44 (1) 2026
Samenvatting: Het gebruik van literatuur in een zorgcontext, ook wel bekend als ‘bibliotherapie’, geniet de laatste jaren een toegenomen belangstelling. Ook SamenLezen (Shared Reading), een praktijk die in het begin van deze eeuw in het Verenigd Koninkrijk ontstond, kan binnen deze beweging worden gesitueerd. Via internationale uitwisselingen kwam SamenLezen ook in Vlaanderen terecht, waar inmiddels tientallen leesgroepen worden georganiseerd in o.a. ziekenhuizen, verpleeghuizen en in de psychiatrie. Dit artikel verkent hoe SamenLezen kan worden begrepen vanuit een psychoanalytisch perspectief en biedt een getuigenis van de toepassingen en effecten van het ‘leesatelier’’ in de psychosekliniek van P.C. Dr. Guislain in Gent.
by Eva Rimaux, Faust Eeckhout & Justin Bouman | Vol 44 (1) 2026
Samenvatting: In een tijd waarin zorgpraktijken steeds meer worden vormgegeven door methoden, protocollen en meetbare uitkomsten, tracht Albe een andere ruimte te verdedigen: het atelier als een plek van aanwezigheid, beweging en ontmoeting. In plaats van een therapie of activiteit die gebonden is aan resultaten, wordt het atelier opgevat als een grensruimte waarin improvisatie, heterogeniteit en het onvoorspelbare centraal staan. Deze tekst onderzoekt hoe zorg kan ontstaan, niet vanuit controle, maar vanuit het zorgvuldige afbakenen van ruimtes waarin relationele, gefragmenteerde en ritmische manieren van leven zich kunnen ontvouwen. Binnen de rizomatische netwerken van ateliers wordt niet zozeer een eindproduct voortgebracht, maar de mogelijkheid dat subjectiviteit zich tijdelijk kan manifesteren en transformeren. Zorg wordt in deze zin het geduldige vormgeven van een wereld waarin het samen-zijn mogelijk blijft.
by Evi Verbeke | Vol 44 (1) 2026
Samenvatting: Dit artikel onderzoekt de functie van ateliers binnen psychiatrische instellingen die georiënteerd zijn vanuit de psychoanalyse. In plaats van gestructureerde therapeutische programma’s met vaste protocollen worden ateliers opgevat als open, vrijwillige ruimtes waar mensen met diverse media aan de slag gaan zonder vooraf vastgelegde doelen. Voortbouwend op de theorieën van Freud en Lacan belicht het artikel hoe ateliers de instelling kunnen ‘doorbreken’ door uniformiteit te verstoren en de totaliserende effecten van groepsidentificatie rond gedeelde idealen te verminderen. Ateliers laten singuliere werkvormen toe terwijl ze het collectief soigneren en ondersteunen zowel groepscohesie als singulier verschil. Klinische voorbeelden tonen hoe ateliers psychotische symptomen kunnen temperen en patiënten creatieve middelen bieden om zich ten opzichte van hun symptomen te positioneren. De tekst benadrukt tevens de ethiek van de begeleider, die verantwoordelijkheid opneemt net door niet vanuit een methodiek te vertrekken, en reflecteert over hoe ateliers kunnen functioneren als een modaliteit van het analytische discours. Op die manier bieden ateliers een kader dat tegelijk het collectieve erkent en de singulariteit van elk subject binnen de psychiatrische zorg in stand houdt.