Daniel Johnston en de rock-’n-roll van de gekte

Vertrekkend vanuit het leven en het werk van Daniel Johnston bespreekt deze paper vanuit een lacaniaans perspectief de worsteling die manisch getint psychotisch functioneren met zich meebrengt. Kenmerkend voor de manie is dat de dimensie van de jouissance volatiel is. De betekenaar transformeert de jouissance niet tot betekenden die het subject in tijd en ruimte situeren tegenover de Ander, maar slaat op hol. Dit gaat gepaard met een destructieve herhaling van de situatie waar de psychotische verwerping betrekking op heeft. De grote uitdaging voor het manisch functioneren bestaat uit het vinden van een limiet en subjectieve ademruimte. Aan de hand van Daniel Johnston bespreken we twee sporen om zo’n limiet te implementeren: het actief extraheren van een object a en het cultiveren van identificaties die een tegengewicht bieden ten aanzien van de overspoelende jouissance.

In naam van welke god? De heilige oorlog als snelweg naar het hemels leven. Islam en het westen, een onmogelijk huwelijk?

Niettegenstaande Freud (1984, [1930]) religie als een illusie beschouwt, waarschuwt hij ons er eveneens voor, jaren later herhaald door Lacan (2005, [1960), om religie niet met dwang uit onze maatschappij te weren. Enkele decennia later zijn deze woorden brandend actueel in het maatschappelijk debat of er in een democratisch Westen plaats is voor de islam. De verwijzing naar het jihadisme en de terreurdaden die in naam van Allah gepleegd worden, zijn hierbij het voornaamste argument om de plaats van de islam in ons land in twijfel te trekken. Het valt daarbij op dat vaak jongeren die hier geboren zijn zich aangetrokken voelen tot een radicale interpretatie van de islam waarbinnen een duidelijke vijand gelokaliseerd wordt en men via de operatie van een geweldsakt de eeuwige held, ‘de negatieve held’ (Khosrokhavar in: Benslama, 2015), kan worden. Als ‘surmusulman’ (Benslama 2015; 2016) bestrijdt men de eigen interne twijfels en angst en vindt men een sluitend antwoord op elke existentiële vraag in een postislamisme dat zich als alternatief wereldbeeld aandient. Deze postislam fungeert daarbij als het identificatiebeeld dat een uitweg biedt uit de vraag of men nu allochtoon dan wel autochtoon is. Het radicale islamitische gedachtengoed zoals we dit vandaag zien, kunnen we zodoende interpreteren als een symptoom van onze maatschappij, als een politieke en sociale beweging en niet als een terugkeer naar de traditie, noch als een louter religieuze stroming.

De uitvindingen van Warhol en Lena artistieke oplossingen en hun zwakke plekken

Een vergelijking van twee artistieke oplossingen, van Andy Warhol en Lena, leveren ons twee interessante inzichten op. De gelijkenissen tonen ons dat de artistieke weg een oplossing kan zijn om niet te verzinken in de leegte van de melancholie (Lena) of in de waanzin (Warhol). Beiden maken ze namelijk een toxisch gegeven onschadelijk middels hun kunst. Ze maken de parasiet die het genot van de Ander is onschadelijk. De verschillen leren ons dan weer dat een creatieve oplossing ook een zwakke plek kan hebben. In de hier besproken gevallen zijn de oplossingen niet perfect sluitend. Wat ondraaglijk voor hen is, blijft steeds als een te bezweren bedreiging door de uitvindingen heen schemeren.

“Uit de tijd vallen” over rouw en psychoanalyse

Vertrekkende vanuit een reflectie op hoe rouw de ervaring van tijd verandert, bevraagt de auteur hoe cultuur het rouwproces vormgeeft en wat de kenmerken van de ervaring van rouw zijn. Vervolgens wordt Freuds opvatting van de rouw zoals die naar voor komt in Rouw en Melancholie kritisch doorgelicht vanuit een lacaniaans perspectief en met betrekking tot drie aspecten. Eerst wordt beargumenteerd dat Freud de sociale dimensie van de rouw vergeet ten gunste van een intrapsychisch model. Ten tweede, focust hij op de aanvaarding van de realiteit van het verlies en negeert daarbij de rol van een symbolische registratie van het verlies. Tenslotte wordt de idee van een vervangbaar liefdesobject verworpen vanuit de getuigenissen van personen die een verlies doormaakten. Die getuigenissen geven aan hoe er een hechting aan de overledene blijft bestaan en hoe men tot op zekere hoogte ontroostbaar blijft. Er wordt besproken hoe rouw vanuit een lacaniaans perspectief benaderd kan worden vanuit de term “memorialiseren” (Grigg, 2016) dat bestaat uit zowel private als publieke naast psychische en materiële aspecten. Concluderend worden de parallellen tussen het psychoanalytische proces en rouw overwogen, wat tot de stelling leidt dat elke analyse in de kern een rouwproces is.

Download het artikel >>