VAN FREUDS BUBIKOPF NAAR LYNCH’ ERASERHEAD

Samenvatting: In ‘Van Freuds Bubikopf naar Lynch’ Eraserhead’ onderzoekt Geldhof hoe Freud zich verhield tot de cinema als kunstvorm. Freud was uitgesproken negatief, getuige zijn vernietigende kritiek op het project van Pabst om een gevalstudie te verfilmen. Volgens Geldhof geeft Freud enkele terechte kritieken op deze specifieke toepassing van psychoanalyse binnen een artistiek medium, maar rechtvaardigt dit niet zijn veralgemeende negatieve kritiek op film als dusdanig. Om dit te illustreren neemt Geldhof Lynch bij de hand, die als geen ander net Freuds stelling bevestigt dat de kunstenaars psychoanalytici iets te leren hebben.

MONOMANIE. MONOTONE UITVINDINGEN IN DE MANIE

Samenvatting: Er zijn gevallen van manie waar een kalmerende oplossing wordt gevonden in een uitvinding die de ervaring van grenzeloosheid afboordt. Die uitvinding kan een reële en repetitieve praktijk zijn die het subject aan een buitenlichamelijk object koppelt. Er wordt gesuggereerd dat de oude term ‘monomanie’ van Esquirol voor dergelijke repetitieve sinthomatische oplossingen in de manie zou kunnen worden gereserveerd. Er wordt onderzocht hoe de monomane uitvindingen van Pollock en Kusama zo’n manische ervaring temperden, maar ook welke limiet die uitvinding heeft. Voor beiden bood een monotone en jarenlang aangehouden uitvinding – druipen van verf bij Pollock, schilderen van bollen bij Kusama – een imaginaire consistentie en kon deze tot op zekere hoogte een halt toeroepen aan een totale vervreemding. Het geval van Klein wordt daar tegenover geplaatst. Bij hem beantwoordt de monotonie van zijn kunst eerder aan een geërotiseerde fantasmatische.

De uitvindingen van Warhol en Lena artistieke oplossingen en hun zwakke plekken

Een vergelijking van twee artistieke oplossingen, van Andy Warhol en Lena, leveren ons twee interessante inzichten op. De gelijkenissen tonen ons dat de artistieke weg een oplossing kan zijn om niet te verzinken in de leegte van de melancholie (Lena) of in de waanzin (Warhol). Beiden maken ze namelijk een toxisch gegeven onschadelijk middels hun kunst. Ze maken de parasiet die het genot van de Ander is onschadelijk. De verschillen leren ons dan weer dat een creatieve oplossing ook een zwakke plek kan hebben. In de hier besproken gevallen zijn de oplossingen niet perfect sluitend. Wat ondraaglijk voor hen is, blijft steeds als een te bezweren bedreiging door de uitvindingen heen schemeren.

Lacan’s Conceptualization of Jouissance in Psychosis: A Systematic Study of his Work

In his PhD defence the author discusses the theoretical evolution of the Lacanian concepts jouissance and psychosis. He analyses how nuanced shifts in Lacan’s thinking on psychosis influence his theory on jouissance, and vice versa, and how changes in his conceptualization of jouissance force a reconsideration of his theory of psychosis. This is done based on the cases Lacan presents throughout his writings and seminars.