Select Page

Samenvatting: Het artikel onderzoekt de verwantschap tussen Freud en Proust vanuit de stelling dat “het vinden van het object altijd een terugvinden is”. Waar Freud het psychisch apparaat denkt vanuit de onmogelijkheid een oorspronkelijk verloren object te recupereren, wordt Prousts Recherche gestructureerd door een dynamiek van begoocheling en ontgoocheling, ingebed in de poging het verlorene (de verloren tijd) te herwinnen en te behouden. Deze thematische convergentie wordt in het artikel toegespitst op de beroemde telefoonscène met de grootmoeder uit Le Côté de Guermantes. Een close reading van deze passage toont hoe bij Proust de confrontatie met de stem als zodanig – als geïsoleerd ‘object’, losgemaakt van het beeld – een breuk aanbrengt in de imaginair- narcistische omhulling van de Ander, en aldus, zij het vluchtig, iets van diens castratie laat verschijnen.