Select Page

Abstract: Vertrekkende van het lacaniaanse onderscheid tussen het zeggen en de stem onderzoekt dit artikel het statuut van de stem als object a. Lacan verbindt de stem als object a met de dimensie van de tijd: wat telt is de scandering, niet de verklanking. Doorheen zijn onderwijs zien we hoe deze opvatting zich scherp stelt: van stilte naar coupure naar mogelijkheidsvoorwaarde voor elk spreken. Met Bernard Baas vinden we hier als illustraties de lyrische stem, de behoeftige stem en de stomme stem. In de subjectwording is de stem als driftobject werkzaam als de stille resonantie van de leegte aan de Ander. Lacans dense theoretisering wordt tenslotte in dialoog gebracht met Ogawas roman De Geheugenpolitie. In het bijzonder is hierbij aandacht voor de overdraagbaarheid en de uitwissing als onderscheidende trekken van de stem als object a.