SOCRATYLISTISCHE ETYMYTHOLOGIE

Samenvatting: Via een lezing van Plato’s Cratylus poogt de auteur tot een nader begrip te komen van het ‘cratylisme’, de doctrine die in de dialoog door Cratylus en voornamelijk door Socrates wordt verdedigd. Die doctrine wil dat de woorden imitatieve weergaven zijn van de dingen, en staat tegenover de conventionalistische opvatting van Hermogenes. Literatuurtheoretici als Roland Barthes en Gérard Genette hebben het cratylisme begrepen als een mythisch, in tegenstelling tot een wetenschappelijk, denken over taal. In dit voetspoor interpreteert de auteur het cratylisme als een infantiele taaltheorie, naar het model van Freuds infantiele seksuele theorieën. Vanuit een analyse van het centraal gedeelte van de dialoog, de etymologieën, en geïnspireerd door enkele specifieke commentaren van Lacan, komt de auteur tot een opvatting die deze van Genette op een belangrijk punt aanvult. Het cratylisme is niet alleen een regressieve nostalgische fantasie maar eerst en vooral een lustvol taalspel, en het is in het complexe samenspel tussen het weten over, het spelen met en het genieten van taal, dat de paradox van de dialoog en de relevantie ervan voor de psychoanalyse kan gevonden worden.

Subject in a state of disintegration: A Lacanian reading of Lasch’s “The Culture of Narcissism”

In “The Culture of Narcissism” (1979), American social critic Christopher Lasch shows how the disintegration of traditional patriarchal authority and the rise of neo-capitalism has spawned a new, narcissistic form of subjectivity. In the current article, the author tries to relate Lasch’s work to the postmodern problematic of the non-existence of the big Other, as described by a number of authors inspired by Lacan. It is argued that the demise of symbolic influence has given rise to a proliferation of narcissistic ideals and the emergence of a “permissive” but extremely cruel superego. The imaginary identity of the narcissistic individual is no longer fixed in the symbolic, but is permanently refashioned and restyled for commercial purposes. On the basis of an interpretation of Lacan’s discours du capitaliste, this thesis is further developed and applied to a number of contemporary pathologies. The author states that these pathologies can be listened to as a complaint directed against the capitalist Other. The response of psychoanalysis to the non-existence of the big Other consists therefore of an ethic of good listening, listening that invites speech that does not leave the subject undivided.