GEEN TAAL ZONDER EFFECT: HET HERINNERINGSSPOOR EN HET WAARNEMINGSTEKEN

Samenvatting: Deze tekst analyseert twee concepten die van in het begin voor Freud belangrijk zijn geweest in het komen tot een gearticuleerde conceptie van het psychisch apparaat: het herinneringsspoor en het waarnemingsteken. Er wordt beargumenteerd dat deze concepten getuigen van een ‘effect-logica’, waarbij de zogenaamde eerste tijd voorafgaand aan het effect alleen maar achteraf, in een beweging van terugkeer, van herneming, van herhaling, als zodanig kan aangewezen worden. Daarbij speelt het formeel aspect, onder de vorm van een neerslag die hetzij merkteken hetzij signaalteken kan zijn, een cruciale rol. Het is de formele neerslag, samen met de driftmatige inbedding ervan, die een terugkeer mogelijk en articulerend maken. Deze logica is gelijkelijk voor Freud en Lacan werkzaam, en wordt hier in parallel geplaatst met wat een transcendentale logica beoogt. De aandacht voor deze logica heeft voor gevolg dat de betekenis en het begrijpen, hoewel niet onbelangrijk, toch secundair zijn, en niet de focus van aandacht kunnen zijn in het theoretisch of praktisch opvatten van het psychisch systeem vanuit psychoanalytisch oogpunt. Deze tekst is een eerste stap en zal in een volgende tekst aangevuld worden door een analyse van het concept van voorstellingsrepresentant, dat logisch aansluit bij de vorige twee en later ondervangen wordt door de conceptuele triade van Lacan, RSI, reëel, symbolisch, imaginair.

Frege and Lacan: A Transcendental Line of Thought

This paper analyses the idea that Frege and Lacan can be connected through a transcendental line of thought. From this viewpoint Frege’s development of modern formal logic is considered as a moment in modernity that shows that the challenge of formalization or mathematization is in fact a challenge of identification of both subject and object. Lacan’s thinking is in accord with this endeavour, but it articulates more explicitly and symbolically the connection between formalization and identification. A crucial point in our argument is that a transcendental viewpoint is not necessarily incompatible with a lacanian viewpoint, to the extent, namely, that attention is paid to the idea that subject and object are first and foremost of the order of writing or the symbolic.

Evolutionary and psychoanalytic explanations: how to bridge the gap? Comments on “The evolution of the unconscious” by David Smith

Interdisciplinary approaches are useful because they help to clarify and overcome the blind spots inescapable in any scientific theory. Combining psychoanalytic and evolutionary accounts of the human psychic system can therefore have interesting outcomes. It is important in any interdisciplinary approach, however, to investigate the metaphysical and epistemological presuppositions that serve as background to the theories in question, and to investigate the potential for compatibility on that level. In this paper the metaphysical backgrounds of Freudian-Lacanian psychoanalysis and neo-Darwinian theory of evolution are analysed and tested as to their compatibility. It is argued that evolutionary psychology, in so far as it finds its inspiration in neo-Darwinian theory, is not compatible with psychoanalysis where it is inspired by the theory of complexly organized dynamical systems. One one side, there is a black-boxing of the structural and developmental conditions of psychic systems, and on the other, there is a focus on the ultimate causes, as distinguished from the proximate causes. Taking into account these incompatibilities, it is highly unlikely that evolutionary psychology will prove of much use to psychoanalysis, either in theory or in practice.