Samenvatting: Inshallah – als Allah het wil –, zijn hoogstwaarschijnlijk de woorden die het vaakst over de lippen van heel wat moslims rollen. Deze uitspraak legt het lot in handen van God, wat we in de praktijk vaststellen in de observatie dat veel patiënten een religieus gekleurde verklaring toebedelen aan hun klachten. Een ‘beproeving’, ‘Gods wil’, ‘het boze oog’, door een djinn bewoond,… zijn slechts enkele van de veelheid aan pogingen om het lijden te symboliseren. De expliciete verwijzingen naar de Koran die als Goddelijke Openbaring op geen enkele manier voor interpretatie vatbaar is, schrijft dit discours een schijnbaar gesloten karakter toe. Hoe verhoudt deze ‘objectieve’ waarheid zich tot enerzijds Freuds verwijzingen naar religie als een illusie (1984 [1927]) en een collectieve waan (1987 [1927]), en anderzijds “Dieu est mort, plus rien n’est permis” (Lacan, 1966, p. 130)?