Volgens Arendt is gedachteloosheid een dagdagelijkse ervaring in ons hedendaagse leven, waar er haast geen tijd wordt genomen om halt te houden en na te denken. Zo ook in de kliniek waar handelingsprocedures, geïnstalleerd vanuit een toenemende tijdsdruk en vraag naar efficiëntie, de mogelijkheid beknotten om halt te houden en na te denken over vragen omtrent de logica van de casus. Dit artikel wil het denken van Arendt, in het bijzonder haar notie van gedachteloosheid en haar categorisering van de menselijke vita activa, toetsen aan de kliniek en de psychoanalytische ethiek.