Humane psychiatrische zorg vanuit het perspectief van een mens met ervaring

De vraag die ik me in deze tekst stel is of er humane psychiatrische zorg kan zijn zolang er dwang gebruikt wordt? Separatie en fixatie, de dwang om medicatie te nemen, zachte dwang… ik heb ze alle drie mogen ondergaan. Na drie opnames voel ik me gerechtigd te spreken als ervaringsdeskundige. Voor alle duidelijkheid, het is niet mijn bedoeling de psychiatrische zorg af te breken. Omdat ik de vinger op de wonde leg kan dat misschien zo lijken. In mijn ogen is dwang zelfs de grootste wonde van de huidige psychiatrische zorg. Waarom zijn sommige patiënten na vele jaren nog niet te spreken over hun behandeling? ‘Hulpverleners deden het toch voor de bestwil van de patiënt, niet? Ze gaan daar later toch dankbaar voor zijn?’ Niet iedereen blijkbaar. Zolang er dwang is zal de scheidingslijn tussen hulpverlener en patiënt blijven bestaan in plaats van een relatie van mens tot mens. Creëren we door de dwang geen zorgmijders? Kan je het die zorgmijders kwalijk nemen?

Werken in een poel van angst en onmacht. Naar een herstel van de hulpverlener.

Psychiatrie wordt gekenmerkt door veel dwang en de herstelbeweging krijgt weinig vaste grond in de dagelijkse praktijken. In dit artikel probeert de auteur te begrijpen waarom. Hulpverleners geven aan dat ze angst en onmacht ervaren in confrontatie met psychisch lijden en dwang. Vanuit een lacaniaanse invalshoek kunnen we angst begrijpen als een signaal van het reële. Omdat psychiatrie werkt met hetgeen weerstand biedt tegen de heersende vertogen, zal het reële daar buitensporig aanwezig zijn. Psychiatrie wordt verwacht om het reële te genezen, dit geeft hulpverleners een macht die soms overweldigend en beangstigend kan zijn. De structurele onmogelijkheid om het reële te genezen zorgt bovendien voor onmacht. Manifestaties van het reële van patiënten komen in de overdracht en dat zorgt voor een confrontatie met het eigen reële. Daarom is er een structurele psychiatrische doodsdrift die altijd in het werk aanwezig is. Doorgedreven professionalisering, dwang en uitsluiting zijn manieren om die doodsdrift te ontkennen en te versluieren. Psychiatrie zou een discipline moeten zijn die nadenkt over het reële en probeert te conceptualiseren, in plaats van weg te moffelen. Om dit te doen, hebben we een herstel van de hulpverlener nodig.

Plaveien goede bedoelingen de weg naar de hel? Over het goede, dwang en drang in ‘het kleine samenleven’

Patiënten en hulpverleners getuigen soms over situaties waarin hulpverlening een ‘hel’ werd. Patiënten vaak omdat ze dwang- en drangmaatregelen moeten ondergaan, hulpverleners omdat ze steeds meer in richtingen worden gedwongen die ze niet willen. Ondanks goede bedoelingen in de zorg, kan de weg naar de hel geplaveid worden. Er is met andere woorden vaak een discrepantie tussen de mooie taal van visieteksten en wat mensen in concrete zorgsituaties ervaren. Deze incongruentie zorgt bij patiënten en/of hulpverleners voor erg grote spanningen. In dit artikel wordt stilgestaan bij de vraag wat nodig is om die discrepantie te vermijden. Eerst wordt stilgestaan bij de vraag hoe het goede in geestelijke gezondheidszorg gedacht kan worden en welke plaats ‘moed’ hierin heeft. Vanuit de realiteit van residentiële zorg wordt vervolgens ingegaan op de noodzaak van het verzorgen van ‘het kleine samenleven’ op een afdeling en hoe ‘het goede’ en moed hierin een plek hebben. In een laatste deel wordt ingegaan op de effecten hiervan op dwang- en drangmaatregelen binnen een gesloten opname- en behandeleenheid voor mensen met een psychose.