NEGLECT AND ANOSOGNOSIA A CHALLENGE FOR PSYCHOANALYSIS. PSYCHOANALYTIC TREATMENT OF NEUROLOGICAL PATIENTS WITH HEMI-NEGLECT

Neglect and anosognosia, i.e., the denial of the (left) hemisphere and the denial of hemiplegia, are often found in patients suffering from damage to the right hemisphere of the brain. It has been known for some time that these symptoms can be alleviated, albeit temporarily, using various methods, (Ramachandran, 1994; 1996; Ramachandran & Blakslee, 1998). Kaplan-Solms and Solms (2000) found that in psychotherapeutic interviews patients could also become temporarily aware of their formerly denied lesion. They concluded from their research that the purpose of the neglect-syndrome is a defence against denial. For the past four years, the Neuropsychoanalytic Study Group Frankfurt/Cologne has conducted psychoanalytic therapy with a group of patients with right hemispheric lesions, all exhibiting neglect/anosognosia. Results so far indicate that defence against depression is not the only cause of the syndrome, but that failure to construct a body schema, as a result of the paralyzed side of the body no longer being represented is also involved. Patients appear to refer to memorized representations resulting in so-called ‘neglect-syndrome’. Recent research (Craig, 2002) lends support to this view. Preliminary hypotheses concerning the interaction between neuroscientific models and psychoanalytic concepts are discussed and illustrated with a case vignette.

ZONDER MUZIEK ZOU HET LEVEN EEN VERGISSING ZIJN!

Oliver Sacks geeft in zijn boek Musicofilia heel wat voorbeelden van neurologische aandoeningen en hun verband met muziek: muzikale hallucinaties, muziek die toevallen opwekt, amusicaliteit ten gevolge van hersenschade, enz. Hij wijst erop dat bij patiënten met geheugenverlies of ziekte van Parkinson het muzikale vermogen soms onaangetast is gebleven en pleit voor het belang van muziektherapie. De neurologische verklaring van dit hardnekkig bewaard blijven van het muzikale vermogen blijft eerder vaag, zodat we ons de vraag hebben gesteld of de psychoanalytische literatuur hier meer licht op kan werpen. We hebben ons hier gebaseerd op de literatuur rond het belang van de stem bij de wording van het subject en het belang van de muzikaliteit van de moederlijke stem.

NEWS FROM THE BORDER. OF DE GRENS TUSSEN CULTUREN, TUSSEN WETEN EN VOELEN, TUSSEN ZIEN EN NIET ZIEN…

Oliver Sacks tracht ‘het vreemde’ in de mens te beschrijven tussen literatuur en de romantische wetenschap van Alexander Luria. Maar ook etnografen staan voor dezelfde opgave. Enkele bevindingen uit de etnografie over het gebruik van zintuigen in de culturele context worden toegepast op een fundamenteel verschil tussen Luria en Sacks. Temple Grandin en Sacks blijken antropologen van elkaar en gaan de uitdaging aan om de grens tussen weten en voelen af te tasten. Het verhaal van Virgil tussen zien en niet zien wordt gebruikt als een metafoor voor de manier waarop we de ander kunnen waarnemen: het is een leerproces en aldus context- en cultureel gebonden. Luria en Sacks botsen in hun briefwisseling op een fundamenteel cultureel verschil tussen hen beiden: de acceptatie van de inbedding van kennis in het sociale, culturele en politieke (Luria) versus de afdaling in de menselijke ziel (Sacks).

OVER HALLUCINATIES. SUBJECT AAN DE WERELD, WERELDEN AAN HET SUBJECT

Deze tekst onderzoekt, in het spoor van het ‘veldwerk’ dat Oliver Sacks in de neurologie verricht heeft rond hallucinaties bij organische defecten, de plaats, functie en zin van hallucinatoire fenomenen binnen de kliniek van de psychose. De auteur gaat eerst ten rade bij de fenomenologische traditie voor zover deze de klinische psychiatrie op het niveau van de ervaring heeft proberen vatten, denken, veranderen. Daarnaast wordt vanuit de psychoanalyse gezocht hoe hallucinaties een plaats te geven binnen een theorie van het subject. Voorbij de fenomenologie van de ervaring viseert dit laatste zo, vanuit Lacan, het niveau van de structuur. Conform zijn onderwijs uit de jaren 1950-60 over de psychose wil dat zeggen: de hallucinatie te denken vanuit haar verbale dimensie en allusieve logica. Meer dan een louter theoretisch werk betracht deze tekst duiding van een kliniek te zijn die in al zijn geweld en verschijningsvormen eerst het reële aandoet: die van de acute psychose. In de geest van Sacks zal de auteur een subject centraal stellen dat zich noodgedwongen, even delicaat als beeldrijk, aan de rand van de wereld ophoudt.

ZENUWEN EN DE KUNST VAN HET MOTORONDERHOUD: HET ONDERWEG ZIJN VAN OLIVER SACKS

Dit artikel onderzoekt in een epistolaire stijl de verhouding tussen het verlangen en het weten in het autobiografische werk van de Britse neuroloog Oliver Sacks. In een fictieve briefwisseling tussen de auteur en Sacks wordt er ingegaan op de positie die deze laatste innam ten aanzien van zijn verlangen, de drift en het weten. In eerste instantie wordt er ingegaan op de notie van de romantische wetenschap. Sacks schreef wetenschappelijk werk dat leest als een roman. Het contrast met de objectiverende benadering van de klassieke wetenschappelijke literatuur wordt toegelicht en de verhouding tussen verlangen en weten wordt geproblematiseerd. Vervolgens wordt er ingegaan op Sacks’ vroege jeugd. Hierin wordt gesuggereerd dat Sacks het weten gebruikte als een bescherming tegen het driftmatige van een wrede ander. Tegelijk wordt hij geconfronteerd met de wreedheid van het wetenschappelijke weten zelf via de figuur van zijn moeder. Daarna wordt er ingegaan op het volwassen leven van Sacks. Met het intreden van de seksualiteit tijdens de puberteit en de verwerping daarvan door zijn moeder ontstaat er een breuk tussen weten en verlangen. Op beide vlakken worstelt Sacks en hij zal steeds zoeken naar een verzoening tussen de twee middels de romantische wetenschap. Intussen richt de drift ravages aan op de achtergrond. In een nabeschouwing staat de auteur stil bij de notie van zen als een rust die wordt bereikt na het doormaken van een crisis.