Deemoed

Het begrip deemoed is moeilijk te definiëren en wordt hier als volgt benaderd: Eerst is er de beschrijving van Victor Turner in The Ritual Process over het ritueel van de Kumukyndyila bij de aanstelling van het nieuwe dorpshoofd bij de Mbende in Zambia, waarbij het dorpshoofd het schelden van zijn dorpsgenoten in deemoedige houding moet doorstaan. Dit leert het dorpshoofd te verdragen dat hij niet door iedereen geliefd zal worden. Dit sluit aan bij het vraagstuk van de “zuivere liefde” in Le Pur Amour de Platon à Lacan van J. Lebrun. De zuivere liefde betekent dat men de andere blijft liefhebben ook als men door deze andere niet geliefd, tot zelfs beledigd en beschimpt wordt. We stellen ons de vraag of deze zuivere liefde mogelijk is in het klinisch werk met patiënten.

De resonantie van de stilte

Het spreken over de stilte is op zich al een paradox. Kunstenaars hebben deze paradox op hun eigen manier pogen te benaderen. Eerst maken we een rondgang langs de veelzijdigheid van het begrip stilte. Dan wordt nagegaan hoe de stilte gehanteerd wordt in de psychoanalytische kuur en wat haar werkzaamheid is. Ten slotte wordt ingegaan op het belang van dit thema in de religie, de filosofie en de kunst.

On Racism from a Psychoanalytic Point of View

This paper focuses on Freud’s interpretation of racism and xenophobia as described in his essay “A Comment on Anti-Semitism” and in his “Letter to the Editor of Time and Tide“. The psychobiographical method Jean-Louis Maisonneuve uses in his work L’extrême droite sur le divan is also critiqued. An alternative starting point for a psychoanalytic interpretation of racism and xenophobia is found in the works of Tahar Ben Jelloun and Gerard Miller, in which racist language and sexual fantasies projected onto immigrants are analysed.

The Maulwerke 2005 by Dieter Schnebel and the Kunstarbeidersgezelschap

This article is the result of a collaboration between the author and the Kunstarbeidergezelschap of Ghent on “Maulwerke” by the contemporary composer Dieter Schnebel. It outlines briefly the importance of the figure Dieter Schnebel for contemporary experimental music and the idea behind his “Maulwerke”. The “Maulwerke” (1968-1974), generally considered to be his masterpiece, was written during the period that Schnebel undertook his analysis. Schnebel calls this work the product of his analysis and it is here he introduces his concept of “psychoanalytic music”. The author explores the meaning of “psychoanalytic music” and asks whether the psychoanalytic framework can help us to understand something of the gripping character of this musical work.