Oliver Sacks tracht ‘het vreemde’ in de mens te beschrijven tussen literatuur en de romantische wetenschap van Alexander Luria. Maar ook etnografen staan voor dezelfde opgave. Enkele bevindingen uit de etnografie over het gebruik van zintuigen in de culturele context worden toegepast op een fundamenteel verschil tussen Luria en Sacks. Temple Grandin en Sacks blijken antropologen van elkaar en gaan de uitdaging aan om de grens tussen weten en voelen af te tasten. Het verhaal van Virgil tussen zien en niet zien wordt gebruikt als een metafoor voor de manier waarop we de ander kunnen waarnemen: het is een leerproces en aldus context- en cultureel gebonden. Luria en Sacks botsen in hun briefwisseling op een fundamenteel cultureel verschil tussen hen beiden: de acceptatie van de inbedding van kennis in het sociale, culturele en politieke (Luria) versus de afdaling in de menselijke ziel (Sacks).