Samenvatting: De taal verknoopt zich met het lichaam in het symptoom. Vraag is op welke manier we deze symptomatologie, tussen het genot van het woord en het genot van het lichaam, kunnen horen en interpreteren. Aan de hand van twee casussen uit de filmgeschiedenis (Lubitsch) en de filosofiegeschiedenis (Plato) duiken we in het resonantiegebied van een opmerkelijk lichaamsgebeuren van het spreekwezen: de hik. We tonen aan dat de interpretatie die zich richt op de band tussen het spreken en het genot vaak bijzonder komisch is en kan zorgen voor het verlichtend effect van de lach.