Deze tekst gaat in op de praktijk van de institutionele psychotherapie, vertrekkende vanuit de vraag hoe om te gaan met de ‘mens in de psychiatrie’. We benaderen deze vraag via de concepten ‘vervreemding’ en ‘pathoplastie’, dit om het psychiatrische werkterrein te verklaren. Om de vervreemdende dimensies te doorkruisen en een werk van pathoplastie bij elke mens te verrichten, worden instituties ingesteld. Om zich te enten op wat ingesteld is om de mens in zijn omgang op gang te houden, moet elke institutie worden afgewogen op zijn psychotherapeutische coëfficiënt of functie. Hiervoor worden enkele functies gehanteerd. Eerst en vooral de diakritische functie met het onderscheid tussen statuut, rol, functie en medische functie. Ten tweede het collectief. Als laatste wordt ingegaan op de fundamentele thema’s uit de dagelijkse klinische praktijk.