TIJD VERBEELD. (RE)ANIMATIE & HET NIETS IN HET WERK VAN DAVID CLAERBOUT EN HIROSHI SUGIMOTO

Samenvatting: Dit artikel biedt een reflectie over de mogelijkheden van het beeldend medium in het vatten van temporaliteit. Om een antwoord te formuleren op deze vraagstelling worden David Claerbouts Retrospection (2000) en Kindergarten Antonio Sant’Elia (1932) uit 1998 vergeleken met Hiroshi Sugimoto’s In Praise of Shadows (1998) en Theaters (1975-2001). De besproken kunstwerken illustreren een verlangen om de ervaring van tijd, de tijdsduur, te verbeelden door de tijd niet alleen als concept, maar ook als materie aan te wenden. De manier waarop de kunstenaars dit benaderen is heel verschillend; in zijn videoprojecties animeert Claerbout het verleden van zwart-witfoto’s door digitaal beweging te introduceren in een stilstaand beeld. Zo plaatst hij het vervlogen moment uit het verleden opnieuw binnen een tijdsverloop in het heden. Waar er geen temporaliteit meer was, introduceert Claerbout de tijd. Deze videoprojecties creëren bijgevolg een bevreemdend spanningsveld tussen beweging en stilstand waardoor verleden en heden met elkaar versmelten in een ‘continue’ tijdsbeleving zonder begin of einde. Waar David Claerbout in zijn videokunstwerken aan de hand van beweging de tijd in stilstaande foto’s introduceert, comprimeert Hiroshi Sugimoto in de fotoreeksen In Praise of Shadows en Theaters temporaliteit in abstracties. De foto’s zijn visuele getuigenissen van een tijdsverloop die de kunstenaar ‘ondergaat’. Het resultaat zijn niet-beelden; de tijd toont zich als een abstractie, een reëel niets voorbij de voorstelling. Ondanks de verschillende benaderingen worden beide kunstenaars geconfronteerd met de onmogelijkheid om de ervaring van tijd te verbeelden. De tijd blijft een eindeloze herhaling, een eeuwigheid heden zonder begin of einde. Vanuit dit eeuwigheidsperspectief kunnen de besproken kunstwerken begrepen worden binnen een melancholisch discours, waarin de kunstenaars onophoudelijk zoeken naar een manier om de reële ervaring van temporaliteit te symboliseren. Net zoals de ervaring van tijd zelf, situeren de besproken kunstwerken zich bijgevolg tot dit reële register, dat wars-van-zin is, juist omwille van de reële status van tijd. De besproken kunstwerken van David Claerbout en Hiroshi Sugimoto fungeren bijgevolg als opstapjes; singuliere oplossingen binnen het discours van de kunstenaar om de reële ervaring van tijd te mediëren in een eigen taal, voorbij het imaginaire en het Schone, waarin het eigenlijke probleem, nl. de reële ervaring van tijd, gesublimeerd wordt tot een tijdelijke oplossing.

Affiniteitsgerichte therapie (of de weerstaanbare terugkeer van een psychodynamische benadering voor de behandeling van autisme)

Doel. De auteurs wensen aan te tonen dat de affiniteitsgerichte therapie absoluut geen nieuwe pedagogische methode is, maar eerder de terugkeer inluidt van een psychodynamische methode. Methode. We plaatsen het verslag van Suskind over de uitweg van zijn zoon uit zijn autistisch isolement naast enkele andere recente getuigenissen uit de Angelsaksische pers, die van Julia Romp en Kristine Barnett, om de omstandigheden te begrijpen die momenteel de terugkeer van een psychodynamische benadering mogelijk maken. Resultaten. Het merendeel van de personen met autisme die in staat zijn te getuigen van een gesubjectiveerde uitweg uit hun autistisch isolement, en niet enkel van een oppervlakkige sociale aanpassing, getuigen van een parcours dat verloopt via de bewerking van hun boord, waar hun affiniteiten zich situeren. Die verdere uitwerking van de boord wordt bewerkstelligd door mutaties of vertakkingen, die soms zelfs leiden tot het verdwijnen van de boord. De verknoping van leerprocessen met het emotionele leven verloopt voor personen met autisme via een behandeling van de boord. Discussie. De affiniteitsgerichte therapie zoals in praktijk gebracht door Owen Suskind breekt met de vandaag aanbevolen educatieve benaderingen voor autistische subjecten door een verschuiving in de dynamiek van het weten. Het weten is in deze therapie niet langer het voorrecht van de opvoeder, maar is verplaatst naar de kant van het subject. Conclusies. Door het in rekening brengen van de passies, sterker dan henzelf, hier gevaloriseerd als affiniteiten en niet langer afgedaan als obsessies, door de bevoorrechte klemtoon op het subjectieve weten, en door het afgestemd zijn op de temporaliteit eigen aan het kind, is de affiniteitsgerichte therapie geen educatieve methode meer, maar wel degelijk de terugkeer van een psychodynamische methode.