HET KNETTEREN VAN DE LETTEREN OVER DE MANISCHE TAALBEHANDELING VAN J.M.H. BERCKMANS

Samenvatting: In deze bijdrage bespreken we het literaire oeuvre van de Vlaamse schrijver J.M.H. Berckmans (1953-2008) in het licht van de manisch-depressieve problematiek waar hij zijn hele leven mee geworsteld heeft. In een lacaniaanse benadering begrijpen we de talige aspecten van de manie als een betekenaarsvlucht, als een ontsporende metonymische verglijding van de betekenaarsketting. We beschouwen Berckmans’ oeuvre als de getuigenis van een volgehouden worsteling met het op hol slaan van de taal. Het is via het schrijven dat Berckmans een aantal strategieën ontwikkelt om deze taalontsporing tegen te gaan, enerzijds om de metonymische verglijding van de betekenaarsketting te temperen en anderzijds om een ervaring te bewerkstelligen van zich het subject en de auteur van zijn woorden te weten. Berckmans behandelt de taal via een meticuleus proces van schrijven en herschrijven, wat hij het ‘hakken’ en ‘kerven’ in de taal noemt. Tevens vindt er met het schrijven een proces van fictionalisering van zijn onmiddellijke leefwereld plaats, wat Berckmans bestempelt als de ‘grafie’ van zijn leven. Voorts bespreken we de opeenvolgende vormen van adressering doorheen zijn oeuvre: van de abstracte lezer, naar de secretaris-notulist, tot aan de bestemmeling van zijn brieven. We kunnen Berckmans’ schrijfarbeid als een sinthomatische uitvinding beschouwen, een kunstige, creatieve en hoogst singuliere oplossing voor de manische taalontregeling waaraan hij onderhevig was.

Don Quichot en de crisis van de interpretatie

In deze bijdrage voert een bespreking van de interpretaties van de roman De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha van Miguel de Cervantes Saavedra ons tot een aantal bedenkingen over de interpretatie. Doorheen de lotgevallen van de Don Quichot-interpretaties volgen we het verloop van de interpretatie tot aan de crisis van de interpretatie en de kritiek in de voetsporen van het postmodernisme. We beginnen met een overzicht van de opeenvolgende wijzen waarop Don Quichot geïnterpreteerd werd: van een satirisch verhaal van een dwaze gek naar een Romantisch portret van een nobele held tot aan een postmoderne illustratie van perspectivisme. De opeenvolging van interpretatieve paradigma’s en het toenemend aantal uiteenlopende interpretaties, heeft als gevolg dat geen enkele interpretatie nog op onschuldige wijze als dé interpretatie beschouwd kan worden. Elke interpretatie wordt verdacht en dient op haar beurt geïnterpreteerd te worden. In een groeiend wantrouwen tegenover de interpretatie gaan de Don Quichot-interpretatoren vervolgens vooral elkaar en zichzelf interpreteren, tot de interpretatie op zich problematisch geworden is en we kunnen spreken van een crisis van de interpretatie. We bespreken hoe een aantal interpretatoren, refererend aan de psychoanalyse, een uitweg zoekt uit deze crisis van de interpretatie, door het verlangen van de interpretator tot fundament voor de interpretatie maken.