by Jeroen Donckers | Vol 43 (3) 2025
Samenvatting: Wat te zeggen wanneer het niet een verhaal is, hoe te spreken over de ervaring van het lezen, van Beckett. Niet over, maar in een tekst spreken, hem verderzetten, niet ontdaan van hysterie, met dezelfde woorden iets anders beginnen zeggen, altijd verder beginnen. Zo psychische noties ervaren die elkaar niet zozeer wederzijds uitsluiten, maar onder spanning zetten: lezen/schrijven; verdwijnen/verschijnen; plezier/genot. Het veld van die spanning de pulsie noemen, in dit geval, bij de lectuur van Beckett, bij uitstek de pulsie van de stem die tijdens het lezen aan de oppervlakte komt.
by Erik Mertens | Vol 43 (3) 2025
Samenvatting: Bijzonder aan Echo is dat ze tegelijk spreekt en stil is. Het is immers haar stilte die spreekt terwijl haar spreken stil is. Echo kan niet zwijgen als je tegen haar spreekt, maar spreken in de eerste persoon kan ze niet. In deze paper bespreken we een casus die ons iets kan leren over de stem in zijn verhouding tot de stilte en de ruimte, of het gebrek daaraan. Over de echo’s van het spreken en de echo’s van de stilte in een bijzonder lichaamsfenomeen waarin pijn en genot lawaaierig verknoopt zijn. Via een vertaalslag in de conversatie trachten we op een pragmatische wijze op zoek te gaan naar stabiliserende ademruimtes tussen mond en oor in een geval van alledaagse psychose.
by Eli Noé | Vol 43 (3) 2025
Samenvatting: Het artikel onderzoekt de verwantschap tussen Freud en Proust vanuit de stelling dat “het vinden van het object altijd een terugvinden is”. Waar Freud het psychisch apparaat denkt vanuit de onmogelijkheid een oorspronkelijk verloren object te recupereren, wordt Prousts Recherche gestructureerd door een dynamiek van begoocheling en ontgoocheling, ingebed in de poging het verlorene (de verloren tijd) te herwinnen en te behouden. Deze thematische convergentie wordt in het artikel toegespitst op de beroemde telefoonscène met de grootmoeder uit Le Côté de Guermantes. Een close reading van deze passage toont hoe bij Proust de confrontatie met de stem als zodanig – als geïsoleerd ‘object’, losgemaakt van het beeld – een breuk aanbrengt in de imaginair- narcistische omhulling van de Ander, en aldus, zij het vluchtig, iets van diens castratie laat verschijnen.
by Daisy Varewyck | Vol 43 (3) 2025
Samenvatting: In Lacans onderwijs lezen we dat de stem wordt gekenmerkt door een spanning tussen enerzijds het spreken dat onderworpen is aan de wet of aan het discours, en anderzijds iets van de orde van het reële: het object a, als wat voorbij het discours ligt. Deze spanning vormt het vertrekpunt van dit artikel en wordt in het bijzonder binnen de context van psychose onderzocht. Vertrekkend vanuit de lacaniaanse theorie wordt, aan de hand van een klinisch vignet van een manische patiënt, nagegaan hoe het driftmatige karakter van de stem zich in de kliniek manifesteert en op welke wijze het genot daarin kan worden bewerkstelligd. Daarnaast wordt een muzikale analogie gemaakt met zowel opera als metalmuziek, waarbij de spanning tussen schreeuw en betekenis, tussen jouissance autre en jouissance phallique, en tussen prima la voce en prima le parole centraal staat.
by Pat Jacops | Vol 40 (1) 2022
Oliver Sacks geeft in zijn boek Musicofilia heel wat voorbeelden van neurologische aandoeningen en hun verband met muziek: muzikale hallucinaties, muziek die toevallen opwekt, amusicaliteit ten gevolge van hersenschade, enz. Hij wijst erop dat bij patiënten met geheugenverlies of ziekte van Parkinson het muzikale vermogen soms onaangetast is gebleven en pleit voor het belang van muziektherapie. De neurologische verklaring van dit hardnekkig bewaard blijven van het muzikale vermogen blijft eerder vaag, zodat we ons de vraag hebben gesteld of de psychoanalytische literatuur hier meer licht op kan werpen. We hebben ons hier gebaseerd op de literatuur rond het belang van de stem bij de wording van het subject en het belang van de muzikaliteit van de moederlijke stem.