Warning: "continue" targeting switch is equivalent to "break". Did you mean to use "continue 2"? in /data/sites/web/psychoanalytischeperspectievenbe/www/wp-content/themes/pp/includes/builder/functions.php on line 5704
Vol 38 (1) 2020 | Psychoanalytische Perspectieven

Language(s) of perception: remember hashish; repeat cocaine? rework the experience!

This article studies some of the reasons behind Walter Benjamin and Sigmund Freud’s use of psychoactive substances. Based on their documented personal experiences, I will argue that these two thinkers do not only share “the active principle”, but they also agree in what they discover at the end of the “journey”: language as an instrument for expanding perception of reality.

Some-body or no-body: het lichaam en normaliteit bij Honneth en Winnicott

Axel Honneth, neo-Hegeliaan en een van de meest invloedrijke denkers in de erkenningstheorie, is gekend om zijn drie sferen van erkenning: liefde, wet en solidariteit. In de eerste sfeer, liefde, ontwikkelt men het zelfvertrouwen dat het fundament zal vormen voor de andere relaties-tot-zelf in de andere sferen van erkenning. In zijn uitwerking van deze eerste sfeer van erkenning, steunt Honneth op de objectrelatietheorie van psychoanalyticus en kinderarts Donald W. Winnicott. Aan Winnicott ontleent Honneth de notie van een behoeftig subject, dat hij in dienst stelt van zijn bredere subjectnotie van een rationeel, autonoom individu. Dit individu is bij Honneth echter ook onbelichaamd. Aan de hand van een analyse van deze subjectnotie aanwezig in Honneths erkenningstheorie, zullen we zijn verwaarlozing van het lichaam trachten te duiden. Hierin vertrekken we van de hypothese dat Honneths verwaarlozing van het lichaam geen toeval is, maar net ten dienste staat van zijn subjectnotie, waarin een logica van normaliteit werkzaam is. Hoewel Winnicott het lichaam wel een plaats geeft, blijkt deze logica van normaliteit ook bij hem werkzaam, gezien hij enkel normafwijkende lichamen in overweging neemt. We concluderen door de (gedeeltelijke) afwezigheid van het ‘normale’ lichaam bij Honneth en Winnicott te verklaren door een terugwijken voor de verdeeldheid die het lichaam kan brengen.

De grote ander in Žižeks christelijk atheïsme

Dit artikel onderzoekt wat Slavoj Žižek aanduidt met de notie christelijk atheïsme. Op basis van zijn vaststelling dat atheïsme niet alleen een deel is van het evangelie, maar er ook de kern van uitmaakt, stelt hij dat christelijk atheïsme de enige consequente geloofsvorm binnen het monotheïsme is. Daarbij wordt beargumenteerd dat zijn appreciatie voor de christelijke erfenis voornamelijk voortvloeit uit haar politiek- revolutionaire mogelijkheden. Het besef van Gods dood of het niet-bestaan van de grote Ander bewerkstelligt namelijk, ten gevolge van de vrijheid en liefde waarop christelijke atheïsten zijn teruggeworpen, een open horizon om subjectiviteit radicaal en emancipatief te herdenken.

Over het ontstaan van het zelfbewuste subject in Fichtes ‘Grondslag van de wetenschapsleer’

In dit artikel analyseer ik Fichtes subjectiviteitstheorie zoals gepresenteerd in zijn bekendste werk, namelijk Grondslag van de gezamenlijke hele wetenschapsleer (1794/95). Ik zal op de specifieke betekenis focussen die Fichte in deze werken geeft aan volgende concepten: de categorische imperatief, streven (Streben), gevoel (Gefühl), drive (Trieb) en verlangen (Sehnen). Daarmee wil ik enig licht werpen op een van de cruciale momenten van wat ik beschouw als de voorgeschiedenis van de psychoanalyse, namelijk de filosofische theorieën over zelfbewustzijn en co constitutie van subjectiviteit en objectiviteit tussen Kant en Hegel die hebben getracht te conceptualiseren wat de psychoanalyse later kende als het gesplitste subject, de doodsdrift, het onbewuste en de triade van het symbolische, het imaginaire en het reële.

Hegel and Lacan: subject, substance and their impossible relation

In this article, we are firstly going to reread Lacan’s famous formula of the subject. This formula, “A signifier represents the subject for another signifier”, remains in some respects opaque to say the least. Lacan, however, will not cease to repeat it throughout his teaching. Secondly, we will read a passage in the Preface to the Phenomenology of the Spirit in which Hegel returns to the dialectic between subject and substance. In these readings, we will outline that defining the subject comes, for both authors, together with its difference from what the subject is seemingly opposed to: structure, substance, Other. This difference is central and accentuates above all an impossible relation. Nonetheless, this impossible relation does not remain silent. Instead of being simply a relation between two terms – which would amount to their difference being only something theoretical (for thought) – it is rather that, in struggling with this impossible relation, both terms become actual (wirklich) in themselves. For Lacan, the relation between subject and Other fails, which makes it ‘not to stop (not) being written’. For Hegel, the relation between subject and substance is contradictory, but this contradiction is understood as the subject itself, which is nothing but substance’s own restlessness becoming ‘in itself’.

In order to define the stakes properly, we will pass through Descartes and (Hegel’s reading of) Spinoza, whose influence on Lacan and Hegel should not be underestimated. The first part of the article investigates how Lacan’s structural formula is an attempt to write the Cartesian subject without rendering it into a thinking substance. Descartes does understand the subject as a thinking substance from the extended substance, or shortly, as thought separated from being (which has become famous as the Cartesian dualism). The second part treats how the problems with this dualism – and with Spinoza’s monism which is to be the response to these – lead Hegel to write his own topology of the subject in relation to substance. The third part is an analysis of a joke during Stalinism which helps to illustrate the impossible relation between subject and Other (Lacan) or – which we read as overlapping – Hegel’s dialectics between subject and substance.