L’ART D’ÊTRE AIMÉ(E). DE EROTOMANIE ALS POTENTIËLE BUFFER TEGEN DE PASSAGE À L’ACTE.

Samenvatting: In dit artikel wordt de dissertatie van Jacques Lacan over het geval Aimée opnieuw onder de loep genomen. Meer bepaald wordt aan de hand van een uitgewerkt casusvoorbeeld nagegaan of de erotomanie moet beschouwd worden als een bemeesteringspoging tegen de passage à l’acte, dan wel als overspoelende waanvoorstelling. De oorsprong en evolutie van het begrip worden uitvoerig besproken om nadien de sprong te maken naar de kliniek. Aan de hand van een eigen gevalstudie wordt er stilgestaan bij de singulariteit van een dergelijke erotomane constructie en de functie ervan voor de persoon in kwestie. De beroemde casus van Aimée dient hierbij als extra referentiepunt om voeling te krijgen met dit psychoanalytische concept.

Lacan’s Doctoral Thesis: Tturbulent Preface or Founding Legend?

This paper presents a close reading of Lacan’s doctoral thesis with a view to disentangling the reality of Lacan’s thought in 1932 from the glosses of retrospection imposed on it by its republication in 1975. At this time Lacan was at the height of his fame as the most innovative psychoanalyst of the twentieth century and the complexities and rough edges of this work were smoothed by many commentators to create the impression of a simple developmental curve. It is hoped that this close reading will allow the reader to assess both Lacan’s neophyte status at the time and the early indications of what were to become lifelong preoccupations in his later psychoanalytic work.

Download full text