by Jasper Feyaerts | Vol 43 (3) 2025
Samenvatting: Filosofen wenden zich vaak naar schizofrene ervaring om filosofische assumpties aangaande het wezen van het zelf empirisch te bevestigen. In deze context geldt het fenomeen van gedachteninsertie als een gepriviligeerd voorbeeld aangezien het geacht wordt het wezen van normale zelfervaring te reveleren op een pathologische of negatieve wijze. In deze bijdrage zullen we een dergelijke filosofische benadering kritisch bespreken die gedachteninsertie tracht te verhelderen in termen van een ‘verlies aan agency’ dat geacht wordt het normale denken te karakteriseren. In het tweede deel zullen we ook de meer algemene assumptie kritisch bekijken dat schizofrenie begrepen kan worden als een ‘via negativa’ die toegang verleent tot de evidenties en ervaringen die het normale leven zouden kenmerken. Daartegenover zullen we het idee naar voor schuiven dat zowel filosofie als schizofrenie een bepaalde hyper-reflexieve attitude delen ten aanzien van het alledaagse leven. In de conclusie ontwikkelen we een aantal implicaties van dit idee voor huidige benaderingen van gedachteninsertie en bespreken we de contouren van een alternatief model.
by Bart Rabaey | Vol 37 (1) 2019
In deze bijdrage voert een bespreking van de interpretaties van de roman De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha van Miguel de Cervantes Saavedra ons tot een aantal bedenkingen over de interpretatie. Doorheen de lotgevallen van de Don Quichot-interpretaties volgen we het verloop van de interpretatie tot aan de crisis van de interpretatie en de kritiek in de voetsporen van het postmodernisme. We beginnen met een overzicht van de opeenvolgende wijzen waarop Don Quichot geïnterpreteerd werd: van een satirisch verhaal van een dwaze gek naar een Romantisch portret van een nobele held tot aan een postmoderne illustratie van perspectivisme. De opeenvolging van interpretatieve paradigma’s en het toenemend aantal uiteenlopende interpretaties, heeft als gevolg dat geen enkele interpretatie nog op onschuldige wijze als dé interpretatie beschouwd kan worden. Elke interpretatie wordt verdacht en dient op haar beurt geïnterpreteerd te worden. In een groeiend wantrouwen tegenover de interpretatie gaan de Don Quichot-interpretatoren vervolgens vooral elkaar en zichzelf interpreteren, tot de interpretatie op zich problematisch geworden is en we kunnen spreken van een crisis van de interpretatie. We bespreken hoe een aantal interpretatoren, refererend aan de psychoanalyse, een uitweg zoekt uit deze crisis van de interpretatie, door het verlangen van de interpretator tot fundament voor de interpretatie maken.