Axel Honneth, neo-Hegeliaan en een van de meest invloedrijke denkers in de erkenningstheorie, is gekend om zijn drie sferen van erkenning: liefde, wet en solidariteit. In de eerste sfeer, liefde, ontwikkelt men het zelfvertrouwen dat het fundament zal vormen voor de andere relaties-tot-zelf in de andere sferen van erkenning. In zijn uitwerking van deze eerste sfeer van erkenning, steunt Honneth op de objectrelatietheorie van psychoanalyticus en kinderarts Donald W. Winnicott. Aan Winnicott ontleent Honneth de notie van een behoeftig subject, dat hij in dienst stelt van zijn bredere subjectnotie van een rationeel, autonoom individu. Dit individu is bij Honneth echter ook onbelichaamd. Aan de hand van een analyse van deze subjectnotie aanwezig in Honneths erkenningstheorie, zullen we zijn verwaarlozing van het lichaam trachten te duiden. Hierin vertrekken we van de hypothese dat Honneths verwaarlozing van het lichaam geen toeval is, maar net ten dienste staat van zijn subjectnotie, waarin een logica van normaliteit werkzaam is. Hoewel Winnicott het lichaam wel een plaats geeft, blijkt deze logica van normaliteit ook bij hem werkzaam, gezien hij enkel normafwijkende lichamen in overweging neemt. We concluderen door de (gedeeltelijke) afwezigheid van het ‘normale’ lichaam bij Honneth en Winnicott te verklaren door een terugwijken voor de verdeeldheid die het lichaam kan brengen.